Klanttevredenheidsonderzoek

Inloggen



Tussen zoeken en vinden - Rapport in opdracht van Stichting Instituut GAK PDF Afdrukken E-mailadres

Tussen zoeken en vinden
Een verkenning van buitenlandse ervaringen met technologieën om mensen te helpen bij het vinden van werk

In 2007 is het rapport ‘Tussen zoeken en vinden’ uitgebracht. Deze verkenning naar ‘job matching technologieën’ is uitgevoerd door Prisma & Partners in opdracht van Stichting Instituut GAK.

Dit rapport presenteert de ervaringen van en gesprekken met ruim 30 organisaties wereldwijd, in een breed spectrum van benaderingen en technologieën. Aangevuld met desk research naar opkomende technologieën biedt het een tour d’horizon van de grote variatie aan rollen die technologie heeft bij arbeidsbemiddeling – soms zeer beperkt ondersteunend, soms het startpunt om nieuwe manieren van matching te bedenken.

De algemene conclusies worden beschreven vanuit vijf invalshoeken:
* De spanning tussen willen en niet kunnen vinden van werk
* Beslissende rol van het sollicitatiegesprek
* Technologie is slechts een hulpmiddel
* De grote onbekende, het brein
* Druk op het vinden van werk en invullen van vacatures

* De spanning tussen willen en niet kunnen vinden van werk
Jezelf niet kunnen redden is een groot obstakel op de arbeidsmarkt. Mensen die willen werken maar geen werk kunnen vinden staan daardoor niet sterk. Uiteindelijk beslist de werkgever wie een vacature vervult. Hij heeft doorgaans een ruime keuze uit werkzoekenden en beslist op grond van zijn eigen criteria. Liefdadigheid of medelijden spelen geen rol. Alleen werkzoekenden die voor hem een meerwaarde hebben, zijn interessant. Mensen die niet tot hem kunnen doordringen of hem niet overtuigen dat ze die meerwaarde hebben, vallen af. Wie werk zoekt, maar het niet kan vinden, heeft hulp nodig. Hij komt in een spanningsveld omdat hij de kans niet krijgt om zijn meerwaarde te laten zien – en hij kan zelf die kans niet creëren. Hij heeft hulp nodig om die meerwaarde te laten zien. Die hulp kan heel verschillend zijn, zoals het zoeken naar een geschikte vacature, of een proefplaatsing om bij een werkgever te laten zien wat hij kan. Het kan ook een traject van omscholing en training inhouden, of coaching en begeleiding bij het voeren van een sollicitatiegesprek.

* Beslissende rol van het sollicitatiegesprek
Het sollicitatiegesprek is de beslissende overgang in het proces van werk zoeken naar werk hebben. Derden kunnen een deel van dat proces ondersteunen met inwinnen en uitwisselen van informatie (digitaal of op papier). Zij kunnen energie steken in het komen tot een ‘juiste’ selectie van sollicitanten of vacatures, of in het optimaal voorbereiden van een werkzoekende op het komende sollicitatiegesprek. Maar uiteindelijk bepaalt het directe contact tussen werkgever en werkzoekende of zij het eens worden. De rol van hulpverleners en de hulpmiddelen die zij gebruiken is om de afstand tussen werkzoekende en werkgever te verkleinen en het sollicitatiegesprek binnen bereik te brengen en kansrijk te maken.

* Technologie is slechts een hulpmiddel
Technologie is niet noodzakelijk om werkgevers te vinden of tot een goede invulling van een vacature te komen. Afgezien van de versnelling die technologie kan aanbrengen in onderdelen van het proces, zoals selectie van werkzoekenden of vacatures (zie hoofdstuk 3) kan in verreweg de meeste van de praktijkvoorbeelden alles wat met behulp van technologie wordt gedaan, in principe ook worden gedaan door de werkzoekende, de werkgever of een intermediair. Pas waar denken vanuit technologie tot experimentele vormen van matching leidt, kunnen processen ontstaan waarin de werkgever en/of de intermediair geen rol meer hebben. Intermediairs kunnen (al dan niet met technologische hulpmiddelen) helpen voorkomen dat
een sollicitant op een vacature solliciteert die niet bij hem past. Ook kunnen ze helpen om een werkzoekende de ogen te openen voor een ander soort werk dan hij aanvankelijk in gedachten had. Maar het face to face gesprek, elkaar spreken en zien, is de beslissende laatste stap in het gehele proces. Het verbeteren van een match tussen de vraag naar arbeid en het aanbod van werkzoekenden heeft daarmee twee betekenissen. Ten eerste is het praktisch gesproken synoniem met het verbeteren of het beter inzetten van de hulpmiddelen die moet leiden tot dat ene gesprek.
Ten tweede is het, tijdens dat gesprek, synoniem met het maken van een zo goed mogelijke inschatting door werkgever en werkzoekende van de waarde die beiden voor elkaar kunnen hebben. Veelzeggend is dat een project waarin technologie bedoeld was om ook dat gesprek te automatiseren niet werd voortgezet omdat de opdrachtgever vreesde de greep op het proces kwijt te raken.

* De grote onbekende, het brein
Niemand weet echt hoe een sollicitant zijn keuzes maakt om op een bepaalde baan te solliciteren; niemand kan zien hoe de werkgever tot zijn keuze komt voor een bepaalde werkzoekende. De werking van het menselijk brein is onbekend. Dat is waarschijnlijk de reden dat er vele, sterk verschillende aannames naast elkaar bestaan over waar het werkelijk om gaat bij het vinden van werk, en wat beslissend is om iemand in dienst te nemen. Die aannames werken sterk door in benaderingen om mensen te helpen bij het vinden van werk. Zo is er een benadering die uitgaat van de aanname dat de aansluiting tussen een werkzoekende en een vacature vooral wordt bepaald door de overeenkomst tussen de competenties van de werkzoekende en de competenties die de baan vergt. Daartegenover staan benaderingen waarin het er juist om gaat de persoonlijkheid van de werkzoekende te passen op de cultuur van de organisatie die de vacature heeft.
In nog een andere benadering wordt de werkzoekende niet of nauwelijks vooraf getest en ‘doorgemeten’, maar probeert de intermediair zo snel mogelijk tot een proefplaatsing te komen, zodat de werkgever in het echt kan zien wat de werkzoekende in zijn mars heeft.Elke benadering wordt ondersteund door eigen hulpmiddelen, zoals methoden, vaste processen en unieke technologie. Hulpmiddelen richten zich in die benadering bijvoorbeeld op het objectief meten van competenties. De vraag wat het begrip “competentie” inhoudt, wordt door verschillende aanhangers van deze benadering veelal verschillend beantwoord, met als gevolg dat er een breed spectrum aan hulpmiddelen bestaat om die competenties te meten. Hoofdstuk 4 geeft daarvan een aantal voorbeelden.

* Druk op het vinden van werk en invullen van vacatures
Er staat druk op het vinden van werk, en druk op het vervullen van vacatures. ? Voor de werkzoekende is er vrijwel altijd een financiële noodzaak om weer werk te vinden. Zowel in de West-Europese landen met hun goede sociale voorzieningen, als in landen waar geen formele werkloosheidsuitkering bestaat, geldt dat er vroeg of laat een moment komt waarop langdurig werkloos zijn tot financiële knelpunten leidt. Daarnaast ervaren zeer veel werkzoekenden de situatie van (tijdelijke) werkloosheid als onwenselijk, vervelend en
sociaal vernederend. Een bijkomend aspect is dat hoe langer iemand inactief is, hoe moeilijker hij aan een baan komt, omdat hij uit het arbeidsritme raakt. Voor werkgevers bestaat de economische noodzaak om openstaande vacatures te vervullen. In alle bezochte landen draait de economie goed.

Download hier het volledige onderzoek

 
De kortste weg naar werk - Een onderzoek naar re-integratiecoaching WW bij UWV

Inspectie Werk en Inkomen heeft in december 2005 het rapport “De kortste weg naar werk”, een onderzoek naar re-integratiecoaching WW bij het UWV, gepubliceerd. 

Het borgen van publiek belang - Rapporten van de WRR aan de regering

De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) heeft in 2000 het rapport ‘Het borgen van publiek belang’ uitgebracht. De WRR heeft zelf het initiatief tot onderzoek genomen. [ ... ]

Lessen uit de privatisering van re-integratiediensten

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken heeft SEO onderzoek gedaan naar de markt van re-integratiediensten. In december 2002 is het onderzoek ‘Lessen uit de privatisering van re-int [ ... ]

Inzicht in ketenspecifieke succes-en faalfactoren, toegepast op de re-integratieketen voor (ontslag)

April 2002 heeft TNO Arbeid het rapport ‘Inzicht in ketenspecifieke succes-en faalfactoren, toegepast op de re-integratieketen voor (ontslag) werklozen’ gepubliceerd.

Bemiddeling en re-integratie van werklozen - Een onderzoek door de Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer heeft in de periode februari-juni 2004 onderzoek gedaan naar de arbeidsbemiddeling en re-integratie van WW’ers. De resultaten van dit onderzoek staan in het rapport &lsquo [ ... ]



Alle publicaties


TUV Blik op werk

inbedrijf

<Noloc

NOBCO

EMCC


Je bent goed zoals je bent.
Je bent goed zoals je bent.

 
© 2012 InterLuceo
Joomla website en webhosting door NetSolid