|
Kosten en baten van re-integratie - Een onderzoek in opdracht van Boaborea |
|
|
|
|
In november 2006 is het rapport 'Kosten en baten van re-integratie' gepubliceerd. SEO Economisch Onderzoek heeft dit onderzoek in opdracht van Boaborea gedaan en Stichting Gak heeft het gefinancieerd.
Vanuit verschillende hoeken is behoefte aan een kosten-batenanalyse van re-integratie. De politiek heeft behoefte aan een instrument waarmee beoordeeld kan worden of het geld dat wordt besteed aan re-integratie goed besteed is: wegen de kosten op tegen de maatschappelijke baten. Voor opdrachtgevers is een kosten-batenanalyse nuttig om te beoordelen of voor hen het geld dat zij uitgeven aan re-integratie goed besteed is en om te beoordelen wat het optimale budget is om aan re-integratie te besteden. En voor de re-integratiebedrijven zelf kan een kostenbatenanalyse gebruikt worden om aan de klant de toegevoegde waarde aan te tonen van hun dienstverlening.
SEO Economisch Onderzoek heeft in 2003 in opdracht van de Stichting Instituut Gak een methodiek ontworpen voor het uitvoeren van een kosten-batenanalyse van re-integratiediensten. Boaborea heeft aan SEO Economisch Onderzoek gevraagd deze methodiek te gebruiken voor het maken van een maatschappelijke kosten-batenanalyse. De Stichting Instituut Gak heeft ook het huidige onderzoek gefinancierd.
Conclusies De totale baten van trajecten om bijstandgerechtigden, WW’ers, WAO’ers en zieke werknemers weer aan het werk te helpen bedragen naar schatting 1,8 miljard per jaar. Dit bedrag zijn de baten per traject vermenigvuldigd met het totaal aantal trajecten dat jaarlijks wordt ingezet. De kosten van trajecten bedragen 0,7 miljard per jaar. Het maatschappelijk rendement bedraagt dus 1,1 miljard per jaar oftewel 164% van de kosten.
Het rendement van trajecten voor WW’ers bedraagt 85% voor volledig arbeidsongeschikten 237% en voor bijstandsgerechtigden 36%. Het maatschappelijk rendement is het grootst voor de trajecten voor zieke werknemers (576%). Deze berekening is echter gebaseerd op de effectiviteit van één bedrijf. Het rendement vooral wordt veroorzaakt door de productie die degenen die weer aan het werk gaan leveren. Kleinere batenposten zijn de verminderde kosten om uitkeringen uit te betalen, verminderde uitgaven voor de gezondheidszorg, minder criminaliteit en minder verstorende werking van belasting- en premieheffing. De daling van de uitkeringslasten is vanuit maatschappelijk perspectief geen baat, omdat dit een herverdeeleffect is.
De cliënt zelf heeft het meeste baat bij een traject. Niet dat het loon dat hij gaat verdienen zoveel hoger is dan de uitkering. Veel uitkeringsgerechtigden zouden zonder traject ook uitstromen uit de uitkering maar dan zonder baan. Doordat zij met traject wel een baan vinden gaan zij er echter sterk op vooruit. De berekende baten zijn nog exclusief de immateriële baten voor de cliënt die werk vindt. Uit onderzoek blijkt dat werkenden gelukkiger zijn dan werklozen. Dit effect hebben we niet kunnen kwantificeren, maar zal zeker niet verwaarloosbaar zijn. Wanneer degenen die door een traject aan het werk komen andere werkzoekenden verdringen dan zijn de opbrengsten minder. In de structurele situatie is het echter plausibel om te veronderstellen dat er geen verdringing plaatsvindt. Wanneer elk jaar hetzelfde aantal trajecten wordt ingezet dan past de arbeidsmarkt zich aan het extra arbeidsaanbod aan dat daardoor veroorzaakt wordt. In tijden van laagconjunctuur kan verdringing wel voorkomen. Extra arbeidsaanbod leidt in tijden van grote werkloosheid niet tot een druk op de lonen en daardoor ook niet tot meer werkgelegenheid. Juist als er veel werkloosheid is, is daardoor het maatschappelijk rendement van trajecten kleiner.
Het maatschappelijk rendement zou hoger kunnen zijn als het juiste instrument op het juiste tijdstip wordt ingezet bij de juiste persoon. Dit is momenteel nog niet het geval. Soms worden er te goedkope instrumenten ingezet. Duurdere instrumenten blijken effectiever dan goedkope instrumenten. De baten van een hogere effectiviteit wegen op tegen de hogere kosten. Ook worden instrumenten niet op het juiste tijdstip ingezet. Op dit moment worden bijvoorbeeld de trajecten voor WW’ers vaak te vroeg ingezet, terwijl instrumenten voor bijstandsgerechtigden vaak te laat worden ingezet. Door instrumenten op het juiste tijdstip in te zetten kan de netto-opbrengst toenemen van 1,1 miljard naar 1,5 miljard.
Een verbetering van ook de keuze van het juiste instrument voor de juiste doelgroep kan het maatschappelijk rendement verder verhogen.
Download hier het volledige onderzoek |