Klanttevredenheidsonderzoek

Inloggen



De lange weg naar werk - Een onderzoek in opdracht van de Raad voor Werk en Inkomen PDF Afdrukken E-mailadres

Beleid voor langdurig uitkeringsgerechtigden in de WW en de WWB

SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van de Raad voor Werk en Inkomen onderzoek gedaan naar de re-integratie- en activeringsinspanningen voor langdurig werklozen die in de periode 1999-2005 in de WW of de bijstand zaten. De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in het rapport ‘De lange weg naar werk’ (januari 2008). 

Er is veel onderzoek gedaan naar re-integratie van uitkeringsgerechtigden. De meeste onderzoeken richtten zich daarbij op de nieuwe instroom in de uitkering. Er is echter relatief weinig bekend over mensen die reeds langere tijd een uitkering ontvangen. Wat zijn de kenmerken van langdurig uitkeringsgerechtigden? Welk percentage vindt een baan? Worden er re-integratietrajecten ingezet voor deze groep? Zijn deze trajecten effectief? Is er specifiek beleid voor deze groep mensen? De Raad voor Werk en Inkomen wil graag meer inzicht in de re-integratie-en activeringsinspanningen voor langdurig werklozen. Dit onderzoek geeft dat inzicht.

Conclusies en aanbevelingen (gedeelte van):
Langdurig uitkeringsgerechtigden in de WW en de WWB hebben een aanzienlijk lagere uitstroomkans uit de uitkering dan de nieuwe instroom. De dalende kans om weer aan het werk te komen wordt deels veroorzaakt doordat degenen met een hoge kans op werk eerder uitstromen uit de uitkering (dit noemen we het selectie-effect). De groep langdurig uitkeringsgerechtigden bestaat daarom zowel bij de WW als de WWB uit ouderen en mensen zonder startkwalificatie. In de WW zijn ook mensen met een partner en mensen met een
samenloop met een arbeidsongeschiktheidsuitkering oververtegenwoordigd. Allochtonen hebben (gecorrigeerd voor andere kenmerken) een lagere kans op werk, maar doordat zij relatief jong zijn is hun uitstroomkans per saldo toch hoger dan van autochtonen. Hun aandeel in de groep langdurig uitkeringsgerechtigden is daardoor kleiner dan in de nieuwe instroom.

Een tweede reden waarom de kans op werk van langdurig uitkeringsgerechtigden lager is dan van de nieuwe instroom is dat langdurige werkloosheid zelf leidt tot een vermindering van de kansen op de arbeidsmarkt onder ander doordat de productiviteit na een periode van werkloosheid vermindert.

* Effecten trajecten voor nieuwe instroom en langdurig uitkeringsgerechtigden
De effecten van re-integratietrajecten zijn klein. Een traject ingezet in het eerste jaar WW verhoogt de kans op werk anderhalf jaar na het traject met gemiddeld 0,9%-punt. Een traject ingezet in het tweede jaar verhoogt de kans met 1,3%-punt en een traject ingezet in het derde jaar heeft geen significant effect op de kans op werk. Voor de WWB zijn de effecten iets groter. Een traject dat in het eerste jaar wordt ingezet leidt anderhalf jaar na de start van het traject tot een toename van de kans op werk met gemiddeld 2,5%-punt, een traject dat na het eerste jaar, maar binnen vier jaar wordt ingezet leidt tot een toename van 1,5%-punt en een traject dat na 20 jaar wordt ingezet leidt tot een toename van 1,2%-punt.

Voor de WW’ers zijn trajecten ingezet in het eerste jaar gemiddeld minder effectief dan trajecten die zijn ingezet in het tweede jaar. Voor WWB’ers is dit andersom. Dit komt doordat voor WW’ers de kans op werk in het eerste jaar nog erg hoog is. Het is kennelijk moeilijk om in het eerste jaar diegenen te selecteren voor een traject die het echt nodig hebben. Daardoor volgen ook werklozen een traject die op eigen kracht een baan hadden kunnen vinden en als gevolg van het traject langer in de uitkering blijven (het lock in effect). Een groot deel van de WWB’ers heeft bij instroom in de WWB al een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Onmiddellijk een traject inzetten voorkomt dan dat de productiviteit nog verder daalt en het steeds moeilijker wordt om
mensen aan het werk te helpen.

Er zijn in de WW grote verschillen tussen groepen. Vooral vrouwen, alleenstaanden en mensen zonder startkwalificatie hebben het eerste jaar gemiddeld weinig baat bij een traject. Niet-westerse
allochtonen en mensen met een partner hebben juist wel baat bij een traject in het eerste jaar. Over het algemeen hebben degenen met een zeer hoge uitstroomkans en degenen met een zeer lage uitstroomkans het minste baat bij een traject. Voor jongeren (hoge uitstroomkans) en ouderen (lage uitstroomkans) is de gemiddelde toegevoegde waarde van een traject negatief. In de praktijk blijken deze groepen ook de minste kans op een traject te hebben. […]

* Mogelijkheden voor vergroting effectiviteit van trajecten
Voor de nieuwe instroom hebben we van een aantal elementen in het gemeentelijk beleid de indruk dat deze de effectiviteit van trajecten positief beïnvloeden.
1. Een expliciete doelstelling dat het re-integratiebeleid is gericht op uitstroom naar werk;
2. Een expliciete doelstelling dat trajecten zo snel mogelijk na instroom worden ingezet;
3. Uitbesteden van instrumenten en trajecten aan re-integratiebedrijven, waarbij veel energie wordt gestoken in de relatie met re-integratiebedrijven;
4. Een kleine caseload voor de casemanager in combinatie met specialisatie van de casemanager, een grote vrijheid om naar eigen inzicht trajecten in te zetten en het meten en vergelijken van de resultaten van de casemanagers onderling.

Voor langdurig uitkeringsgerechtigden is de weg naar werk vaak langer dan voor de nieuwe instroom. De effectiviteit van trajecten voor langdurig uitkeringsgerechtigden, in termen van directe werkhervatting, is dan ook lager dan voor de nieuwe instroom. Voor langdurig uitkeringsgerechtigden is daarom een andere aanpak vereist, die meer gericht is op activering en mogelijk pas in een latere fase op werk. Het sterk inzetten op de participatiedoelstelling is daarom misschien voor langdurig uitkeringsgerechtigden juist beter. Dit zorgt ervoor dat veel mensen een traject krijgen en geactiveerd worden. We weten dat van degenen die langer dan drie jaar in de uitkering zitten en waarbij sociale activering is ingezet 41% doorstroomt naar een re- integratietraject gericht op werk. Uitbesteding van activeringstrajecten aan re-integratiebedrijven is voor langdurig uitkeringsgerechtigden lastiger, omdat het resultaat moeilijker te meten is, en bedrijven daar dus ook moeilijker op af te rekenen zijn. Het in eigen beheer uitvoeren van deze trajecten kan voor langdurig uitkeringsgerechtigden dus juist wel effectief zijn.

Download hier het volledige onderzoek

 
De kortste weg naar werk - Een onderzoek naar re-integratiecoaching WW bij UWV

Inspectie Werk en Inkomen heeft in december 2005 het rapport “De kortste weg naar werk”, een onderzoek naar re-integratiecoaching WW bij het UWV, gepubliceerd. 

Het borgen van publiek belang - Rapporten van de WRR aan de regering

De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) heeft in 2000 het rapport ‘Het borgen van publiek belang’ uitgebracht. De WRR heeft zelf het initiatief tot onderzoek genomen. [ ... ]

Lessen uit de privatisering van re-integratiediensten

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken heeft SEO onderzoek gedaan naar de markt van re-integratiediensten. In december 2002 is het onderzoek ‘Lessen uit de privatisering van re-int [ ... ]

Inzicht in ketenspecifieke succes-en faalfactoren, toegepast op de re-integratieketen voor (ontslag)

April 2002 heeft TNO Arbeid het rapport ‘Inzicht in ketenspecifieke succes-en faalfactoren, toegepast op de re-integratieketen voor (ontslag) werklozen’ gepubliceerd.

Bemiddeling en re-integratie van werklozen - Een onderzoek door de Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer heeft in de periode februari-juni 2004 onderzoek gedaan naar de arbeidsbemiddeling en re-integratie van WW’ers. De resultaten van dit onderzoek staan in het rapport &lsquo [ ... ]



Alle publicaties


TUV Blik op werk

inbedrijf

<Noloc

NOBCO

EMCC


Je bent goed zoals je bent.
Je bent goed zoals je bent.

 
© 2012 InterLuceo
Joomla website en webhosting door NetSolid