|
Een evaluatie van de Wet SUWI - Een onderzoek in opdracht van Ministerie SZW |
|
|
|
|
De SUWI-evaluatie 2006 is uitgevoerd door vijf onderzoeksbureaus in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De coördinatie en het schrijven van het eindrapport ‘SUWI-evaluatie 2006’ is als een apart vijfde perceel aanbesteed. De percelen zijn als volgt uitgevoerd door de onderzoeksbureaus: Coördinatie en schrijven eindrapport - PricewaterhouseCoopers Advisory N.V. Werk boven Uitkering en Klantgerichtheid - TNO Kwaliteit van Leven Doelmatigheid - ECORYS, in combinatie met Nolan, Norton & Co. Sturing en toezicht - Conclusion Sociale Zekerheid RWI - EIM bv
In 2002 is de Wet SUWI (Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen) in werking getreden. Deze wet regelt de organisatie van de uitvoering van de sociale zekerheid en de afbakening van de verantwoordelijkheden tussen de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de verschillende uitvoeringsorganisaties, waarvan CWI, UWV en SVB de meest bekende zijn. Die beleidsintensieve periode van 2002 tot heden is het tijdvak dat wij beschouwen in de voorliggende evaluatie van SUWI. Een aan het parlement toegezegde terugblik op de afgelopen 4 jaren, waarin de Wet SUWI en de wijze waarop die wet is uitgevoerd worden beoordeeld op effect en betekenis. Heeft de constructie adequaat gewerkt? Is het doel ‘Werk boven Uitkering’ in de gekozen structuur succesvol gebleken? Was de gekozen constructie – zoals beoogd – doelmatiger en meer klantgericht? Het antwoord op deze vragen is in dit rapport verwoord. Het rapport vormt een synthese van bijgevoegde deelrapporten die verschillende onderzoeksbureaus hebben opgesteld op grond van door het Ministerie geformuleerde evaluatievragen.
Hoofdlijn van de conclusies in dit rapport Voorop stellen wij dat er in de geschiedenis van de sociale zekerheid nooit een periode is geweest waarin zo vérgaande veranderingen in de uitvoeringsorganisaties en de materiewetten zijn doorgevoerd en dat ook nog tegelijkertijd. Zeker als men de kluwen van veranderingslijnen beziet tegen de achtergrond van de stagnerende economie, wordt duidelijk dat het bestuurlijk geen sinecure is geweest. Het valt niet mee om tegen die turbulente achtergrond meerwaarde aan te tonen en nieuwe patronen en verhoudingen te laten inslijpen. Dat de organisaties überhaupt tot stand zijn gekomen en min of meer ordelijk functioneren is een prestatie van formaat. De SUWI-operatie is naar ons inzicht echter nog niet klaar. De beoogde bestuurlijke structuren zijn weliswaar tot stand gekomen en de nieuwe materiewetten worden uitgevoerd, maar er is nog veel te doen als het gaat om ketensamenwerking, procesoptimalisatie en de inzet van informatietechnologie daarbinnen. Bruggen bouwen. Dat zal moeten leiden tot een verdere effectvergroting en doelmatigheid van het stelsel en betere prestaties ten aanzien van klantgerichtheid. Dat vraagt nog veel inspanning. Deze waarneming vormt ook het fundament voor onze aanbeveling om niet – althans niet nu – opnieuw ingrijpend te sleutelen aan de structuur van de uitvoering van de sociale zekerheid, maar in plaats daarvan meer duidelijkheid te scheppen in de rollen van en relaties tussen de nieuwe spelers op het toneel van de sociale zekerheid. Dat vergt in de komende periode ook een duidelijke rol van de regisseur, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarbij zal de nadruk moeten liggen op het verder werken aan de doelmatigheid van de uitvoering van het stelsel. Dat vereist een verdere optimalisatie van de wijze waarop de processen in de sociale zekerheid zijn georganiseerd en de schakels van de keten in elkaar passen. Zeker met gebruikmaking van informatietechnologie is hier naar ons inzicht nog winst te behalen. Daaraan wordt nu reeds gewerkt, de beschikbare concepten zijn geschikt. Wel is een krachtig bestuurlijk verband nodig om de schakels ook daadwerkelijk tot ketens te smeden. Wij pleiten voor een – op onderdelen – sterkere gezamenlijke visie, samenwerking en herkenbare regie, gericht op de effectieve uitvoering. Het expliciet benoemen van het verbeterpotentieel, het nadrukkelijker geven van richting en stellen van doelen en het stimuleren van kansen. Dit in de overtuiging dat niet alleen een betere innovatie- en informatiefunctie kan bijdragen aan succes, maar ook een verdere stroomlijning van de sturings- en toezichtverhoudingen. Ook op het niveau van de organisaties zelf is naar ons inzicht de komende periode nog winst te behalen voor wat betreft doelmatigheid en klantgerichtheid. In termen van organisatieontwikkeling spreken wij immers over nog relatief jonge organisaties, aan het begin van de leercurve.
Download hier het volledige onderzoek |