Klanttevredenheidsonderzoek

Inloggen



Effectiviteit van re-integratie voor WW’ers - Een onderzoek in opdracht van het Ministerie SZW PDF Afdrukken E-mailadres

SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een literatuurstudie gedaan, genaamd: ‘Effectiviteit van re-integratie voor WW'ers’ (2006). Deze studie geeft een overzicht van de bevindingen uit de Nederlandse literatuur over de effectiviteit, kosteneffectiviteit en maatschappelijke baten van re-integratie van werklozen en een inzicht in de kennislacunes.

Er wordt jaarlijks 160 à 170 miljoen Euro uitgegeven aan re-integratie van werklozen. Het ministerie wil graag weten of deze middelen op de meest doelmatige manier worden ingezet. Ofwel:
A. Kan met het huidige budget meer effect worden gerealiseerd?
B. Leidt een groter of kleiner budget tot een positiever saldo van de kosten en maatschappelijke baten?

Conclusie (gedeelte van):
Voor een kosten-effectiviteitsanalyse is voldoende informatie. De kosten van re-integratietrajecten zijn bekend en er is ook veel informatie over de effecten van trajecten op de kans van werklozen om weer aan het werk te komen. Met behulp van deze informatie kan de eerste onderzoeksvraag worden beantwoord: Hoe kan met het huidige budget meer effect gerealiseerd worden? Voor een volledige kosten-batenanalyse missen we veel informatie. Dat betekent niet dat een kosten-batenanalyse onmogelijk is. Voor de kleinere posten waar de uitkomsten van de kosten—batenanalyse niet gevoelig voor is kunnen we veronderstellingen hanteren of ze weglaten. Dit geldt bijvoorbeeld voor het effect van re-integratie op de kosten van de gezondheidszorg, de criminaliteit en vermoedelijk ook voor de waarde van vrijwilligerswerk. Voor een aantal andere posten kunnen op theoretische gronden aannames worden gemaakt. Zo mag verondersteld worden dat in de structurele situatie geen sprake is van verdringing. De belangrijkste posten die dan nodig zijn om de kosten en baten van re-integratieprojecten te meten zijn de kosten van het re-integratietraject en de productie die de gere-integreerde werkloze gaat leveren. De kosten van re-integratietrajecten zijn bekend. De productie die zij gaan leveren is niet bekend. Als benadering kan het bruto loon worden genomen dat de gere-integreerde gaat verdienen. Er is echter nog geen onderzoek gedaan naar het loon dat degenen die een traject volgen gaan verdienen. Voor de kosten-batenanalyse voor Borea veronderstelden Kok e.a (2006) dat het bruto loon 23% hoger ligt dan de bespaarde uitkering. Er kan ook van uit worden gegaan dat de productie gelijk is aan de bespaarde uitkering. Dat is echter zeker een onderschatting van de maatschappelijke opbrengst van re-integratietrajecten. Een alternatief voor een volledige kosten-batenanalyse is een beperkte kosten-batenanalyse vanuit het perspectief van de uitgaven van de sociale zekerheid. Hiervoor zou als uitgangspunt niet het effect van het traject op de baankans als uitgangspunt moeten worden genomen, maar het effect op de kans om uit te stromen uit de uitkering. Deze kansen zijn niet gelijk; het effect van het traject is groter op de baankans dan op de uitstroomkans. Een kosten-batenanalyse vanuit het perspectief van de uitgaven sociale zekerheid is echter niet eenvoudiger dan een beperkte kosten-batenanalyse vanuit maatschappelijk perspectief en biedt veel minder inzicht in de maatschappelijke opbrengst. De maatschappelijke opbrengst ligt immers in de waarde van de productie van de mensen die aan het werk komen. De belangrijkste informatie die mist om de tweede onderzoeksvraag te beantwoorden -wat is de optimale omvang van het re integratiebudget- is dus de productie die gere-integreerde werklozen gaan leveren. Door hierover veronderstellingen te maken kan in ieder geval een ondergrens van de maatsschappelijke baten worden berekend. Daarmee kan nog niet de optimale omvang van het re-integratiebudget worden gemeten. Daarvoor moeten ook de marginale kosten en baten bekend. Wel kunnen we laten zien of het re-integratiebudget te groot is. In dat geval zal het saldo van kosten en baten negatief zijn. […]

Download hier het volledige onderzoek
 
De kortste weg naar werk - Een onderzoek naar re-integratiecoaching WW bij UWV

Inspectie Werk en Inkomen heeft in december 2005 het rapport “De kortste weg naar werk”, een onderzoek naar re-integratiecoaching WW bij het UWV, gepubliceerd. 

Het borgen van publiek belang - Rapporten van de WRR aan de regering

De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) heeft in 2000 het rapport ‘Het borgen van publiek belang’ uitgebracht. De WRR heeft zelf het initiatief tot onderzoek genomen. [ ... ]

Lessen uit de privatisering van re-integratiediensten

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken heeft SEO onderzoek gedaan naar de markt van re-integratiediensten. In december 2002 is het onderzoek ‘Lessen uit de privatisering van re-int [ ... ]

Inzicht in ketenspecifieke succes-en faalfactoren, toegepast op de re-integratieketen voor (ontslag)

April 2002 heeft TNO Arbeid het rapport ‘Inzicht in ketenspecifieke succes-en faalfactoren, toegepast op de re-integratieketen voor (ontslag) werklozen’ gepubliceerd.

Bemiddeling en re-integratie van werklozen - Een onderzoek door de Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer heeft in de periode februari-juni 2004 onderzoek gedaan naar de arbeidsbemiddeling en re-integratie van WW’ers. De resultaten van dit onderzoek staan in het rapport &lsquo [ ... ]



Alle publicaties


TUV Blik op werk

inbedrijf

<Noloc

NOBCO

EMCC


Je bent goed zoals je bent.
Je bent goed zoals je bent.

 
© 2012 InterLuceo
Joomla website en webhosting door NetSolid