|
Re-integratie uitbesteed, samen of in eigen beheer
Raad van Werk en Inkomen (RWI) heeft met de analyse ‘Wie doet wat en waarom?’ (februari 2008) als doel gesteld: het vergroten van het inzicht in de overwegingen en beweegredenen van opdrachtgevers en verantwoordelijken op de re-integratiemarkt om hun re-integratieactiviteiten uit te besteden dan wel in eigen beheer uit te voeren.
De verplichting tot uitbesteding van re-integratietaken aan private re-integratiebureaus is per 1 januari 2006 komen te vervallen. Gemeenten kunnen bij de uitvoering van re-integratietaken nu kiezen tussen het zelf uitvoeren van deze taken binnen de gemeente of het uitbesteden van deze taken aan een private organisatie. Wanneer taken worden uitbesteed, dient de gemeente de (Europese) aanbestedingsregels te volgen. Naast deze twee te onderscheiden mogelijkheden kunnen gemeenten ook kiezen voor uitvoering van re integratietaken door aan de gemeente gelieerde organisaties (IWI: semiprivate uitvoering: organisaties die weliswaar privaat zijn, maar die vanuit het verleden of in hun eigendomsstructuur een duidelijke relatie met het gemeentelijke apparaat hebben). Een volgende mogelijkheid is het in samenwerking met andere partijen verzorgen van re-integratieactiviteiten. Doel van deze analyse is om de overwegingen van gemeenten in kaart te brengen om voor het één, dan wel voor het ander te kiezen.
Conclusies (gedeelte van): Uitbesteden, zelf uitvoeren en samenwerken zijn geen los van elkaar staande uitvoeringsvormen. Uitbesteden en zelf doen worden vaak gezien als twee elkaar uitsluitende uitvoeringsmodaliteiten. We zien in de praktijk echter dat deze vormen naast elkaar bestaan. Gemeenten doen een aantal taken in eigen beheer, terwijl andere taken worden overgelaten aan externe organisaties. Hetzelfde geldt voor uitbesteden en samenwerken – ook dit zijn geen gescheiden werelden. Samenwerken betekent op zichzelf al dat bepaalde taken – bijvoorbeeld de bemiddelingstaak – (geheel of gedeeltelijk) aan andere organisaties worden overgelaten. Het verschil met een contractrelatie zit dan in de aansturing van de samenwerkingspartner. Het gaat om een overlegrelatie en niet om een opdrachtrelatie. De laatste jaren is echter zowel bij gemeenten als bij re-integratiebedrijven het inzicht opgekomen dat een goede contractrelatie ook een partnershiprelatie inhoudt. Dit betekent: samenwerken binnen een contract.
De twee kritische slaagfactoren bij uitbesteden: professioneel opdrachtgeverschap [ …] en monitoren van de resultaten. […] De kritische slaagfactor bij zelf doen: resultaatgerichtheid (scherp blijven). […]
De belangrijkste les die uit het onderzoek kan worden getrokken is wel dat alle vormen of combinaties van vormen succesvol kunnen zijn, zolang de randvoorwaarden in orde zijn. Een viertal randvoorwaarden geldt zowel voor zelf doen, voor uitbesteden als voor samenwerken.
De eerste randvoorwaarde is een goede communicatie van de betrokken partijen, zowel op leidinggevend als op uitvoerend niveau. De norm daarbij is een regelmatig en gestructureerd overleg tussen een gemeentelijk leidinggevende en (in het geval van het uitbesteden van re-integratie) de leidinggevende van een re-integratiebedrijf. Voor het contact tussen medewerkers zijn vooral korte lijnen van belang, weten welke contactpersoon waar over gaat, en snel actie kunnen ondernemen aan de hand van signalen van de andere partij.
De tweede randvoorwaarde is het voeren van regie door de klantmanager (gemeente) of door de re-integratiecoach (UWV), zodat er zicht komt op de voortgang die een cliënt doormaakt en de voortgang van het re-integratietraject. Dit heeft organisatorisch de nodige implicaties: de professionaliteit van de klantmanager moet het leidend organisatieprincipe zijn; de werkprocessen een afgeleide daarvan.
De derde randvoorwaarde is het monitoren en de transparantie van de resultaten van re-integratie. Periodiek zal de gemeente, maar ook het UWV, zich de vraag moeten stellen of de gekozen richting nog steeds de gewenste resultaten oplevert. Dit is geen eenvoudige opgave. Teleurstelling over de resultaten behaald door de gecontracteerde partijen of de ‘eigen afdelingen’ kan er toe leiden dat gekozen wordt om een en ander over die andere boeg te gooien, zonder te analyseren waar de achterblijvende resultaten door worden veroorzaakt.
De vierde en laatste randvoorwaarde is een lerende benadering in de uitvoering. Om scherp te blijven en een maximaal resultaat te behalen, moeten andere methodieken en benaderingen in het zicht blijven. Externe contacten en flexibiliteit zijn daarvoor belangrijk. Methodieken van re-integratie kunnen aangepast worden in de loop van de tijd – ook tijdens de looptijd van het contract. Een dergelijk open houding, met oog voor succesvol gebleken methodieken in de omgeving, hoort in alle drie de uitvoeringsvormen thuis. Dit alles laat zien dat discussies over doel en middel waar mogelijk moeten worden gescheiden. Het doel is het effectief en efficiënt activeren of re-integreren van mensen. Wie dat doet is daaraan ondergeschikt, mits die keuze bewust, en gebaseerd op adequate informatie, wordt gemaakt.
Download hier het volledige onderzoek |