|
Beleidsdoorlichting re-integratie -Rapport van ministerie SZW |
|
|
|
|
In 2008 heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de ‘Beleidsdoorlichting re-integratie’ uitgebracht. Deze rapportage bevat een beleidsdoorlichting van artikel 23 van de SZW begroting. De doorlichting is gericht op de effectiviteit en doelmatigheid van het re-integratie-instrumentarium dat door de uitvoerders (gemeenten en UWV) wordt ingezet en de doelmatige inzet van de re-integratiebudgetten. De onderzoeken waarop de beoordeling van de effectiviteit zijn gebaseerd bestrijken de periode van 2001 tot en met 2005.
Samenvatting (gedeelte van-) […] Netto-effectiviteit In algemene zin geldt dat de diverse studies uitgevoerd naar de netto effectiviteit van re-integratie een beeld geven dat re-integratie een klein positief effect heeft op de kans om een baan te vinden. Met andere woorden: als gevolg van de inzet van re-integratie zijn iets meer mensen aan het werk gekomen. De onderzoeksresultaten variëren. Het gaat in alle gevallen om een stijging van een beperkt aantal procentpunten. Met name bij gemeenten zijn niet alle re-integratie activiteiten in eerste instantie gericht op werk. Naast de directe effecten van re-integratie-activiteiten naar werk leiden deze activiteiten ook tot verkleining van de afstand tot regulier werk. Circa 41% van de re-integratie gericht op sociale activering resulteert in de inzet van een volgende re-integratievoorziening die meer gericht is op uitstroom naar regulier werk. De onderzoeken naar de netto effectiviteit van re-integratie-instrumenten zijn vooral van waarde doordat zij laten zien welke instrumenten voor wie op welke tijdstippen belangrijk zijn. De onderzoeken geven de volgende belangrijke indicaties: • Ten tijde van een hoogconjunctuur is de inzet van re-integratietrajecten minder effectief dan in geval van een laagconjunctuur. • Zowel in de bijstand als de WW is re-integratie het meest effectief voor kansarme groepen, zoals personen die langdurig op een uitkering zijn aangewezen, ouderen, laagopgeleiden en niet-westerse allochtonen. • Re-integratietrajecten zijn doorgaans positief voor vrouwen en wisselend voor mannen; • Leer/werkplaatsen zijn effectief voor vooral niet-westerse allochtonen; • Begeleiding en bemiddeling zijn effectieve middelen, zolang deze met maatwerk worden benaderd (afstemmen op de cliënt) • Scholing is niet effectief voor jongeren; dit geldt zeker voor jongeren zonder startkwalificatie. Zeer effectief is scholing in combinatie met werk (duale trajecten). Dit geldt zowel voor jongeren, herintredende vrouwen als niet-westerse allochtonen.
Kosteneffectiviteit en maatschappelijk rendement Voor de financiële effectiviteit kunnen verschillende maatstaven worden gehanteerd, namelijk kosten versus baten (besparing uitkeringslast) voor de uitvoerders, maatschappelijke effecten en opbrengst/kosten betrokken individu. Hoewel de uitkomsten m.b.t. deze drie maatstaven wisselend zijn, kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • Een individu heeft altijd de keuze om al dan niet te werken. Tegenover de voordelen van werken staan ook nadelen die van invloed zijn op de beslissing al dan niet te gaan werken. Voor hen die een beroep doen op de overheid om een uitkering te mogen ontvangen is er geen keuze. Bij het recht op een uitkering hoort de plicht alles in het werk te stellen weer aan de slag te gaan. Blijven hangen in een uitkering is geen optie voor hen die kunnen participeren. • Re-integratie-inspanningen leveren in termen van bespaarde uitkeringslasten relatief weinig op. Deze wegen soms op tegen de uitgaven aan trajecten, maar in de meeste gevallen niet (kosteneffectiviteit is meestal negatief). • Een stap verder gaat de berekening van de maatschappelijke kosten en baten. Daarbij wordt geprobeerd om de positieve en negatieve effecten van re-integratie in geld te waarderen om zo de maatschappelijke effectiviteit in kaart te brengen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de voor- en nadelen van individuen en uitkeringsinstanties maar ook naar de effecten die elders worden gerealiseerd. Tegenover de positieve effecten van onder andere een toegenomen productie en verminderde criminaliteit en lagere zorgkosten staan de verstorende invloeden van overheidsingrijpen op de arbeidsmarkt. Er bestaan op dit moment nog verschillende wetenschappelijke inzichten naast elkaar. Naar aanleiding van deze beleidsdoorlichting is er een wetenschappelijke discussie tussen CPB en SEO over de waardering van vrije tijd ontstaan naar aanleiding van de gevonden empirische resultaten van SEO. Nader onderzoek naar de gevolgen die de inzet van een traject heeft op het gedrag van individuen met een uitkering is nodig om de onderzoeksresultaten te kunnen duiden.
Download hier het volledige onderzoek |