Klanttevredenheidsonderzoek

Inloggen



Perspectief op tweede kans - Rapport van de Raad voor Werk en Inkomen PDF Afdrukken E-mailadres

Verkenning en handreiking

Oktober 2007 heeft de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) de verkenning, ‘Perspectief op tweede kans’, uitgebracht. Deze verkenning beschrijft eerst de belangrijkste bevindingen uit het rapport ‘Beleid en praktijk na niet-geslaagde trajecten’. Dit mondt uit in een aantal concrete adviezen en aanknopingspunten voor opdrachtgevers en opdrachtnemers van re-integratietrajecten.

Samenvatting van onderzoek en adviesrichtingen
Bij zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers ontbreekt specifiek tweede-kansbeleid of een specifieke aanpak na het niet slagen van het eerste traject. Tweedekansers vormen geen aparte doelgroep: er worden amper specifieke ‘tweede kans-contracten’ afgesloten en opdrachtgevers en opdrachtnemers hebben geen sturingsinformatie over deze groep. Het thema wordt niet als echt problematisch of urgent ervaren. Dit is opvallend gezien het feit dat de grote meerderheid eerste kans-trajecten niet tot het gewenste resultaat leidt.
Op zich zijn de te volgen processtappen na een niet-succesvol traject duidelijk: re-integratiebedrijven moeten dit rapporteren en er moet snel een beslissing volgen over een eventueel vervolgtraject. Daarbij beslist de casemanager (bij gemeenten), re-integratiecoach of arbeidsdeskundige (bij UWV), doorgaans op basis van de eigen inschatting van de kans van slagen van een nieuw traject. Uit interviews en een enquête onder gemeenten komt het beeld naar voren dat het over het algemeen goed lukt om snel na een niet-geslaagd traject een bewuste beslissing te nemen over een nieuw traject. In hoeverre mensen in de praktijk na een niet-geslaagd traject nog dienstverlening ontvangen is moeilijk kwantitatief aan te geven. Duidelijk is wel dat een minderheid een nieuw traject gaat volgen. Het is lastig hier in het onderzoek verklaringen voor te vinden. Mogelijk ligt de oorzaak deels in het ontbreken van gerichte aandacht voor deze groep. Hierdoor krijgt deze groep ook in de uitvoering weinig prioriteit. Daarnaast heeft het onderzoek een aantal kwetsbare elementen in de procesgang in beeld gebracht die een effectieve inzet van vervolgactiviteiten bemoeilijken. Deze zijn:
- Als het eerste traject weinig kans van slagen meer heeft, wordt dit niet altijd teruggemeld aan de opdrachtgever. Hierdoor worden trajecten nogal eens ‘uitgezeten’;
- Door - onder andere - tekortschietende informatieoverdracht na een niet-geslaagd traject is het lastig een goede analyse van de oorzaken te maken;
- De informatieoverdracht naar de uitvoerder van een nieuw traject is zeer beperkt. In een nieuw traject is hierdoor niet goed voort te bouwen op ervaringen uit het eerste traject. De besluitvorming over vervolgstappen ligt in sterke mate bij de individuele medewerker van UWV en gemeenten. Dit is logisch en nodig om ‘op maat’ vervolgstappen te kunnen inzetten. Wel blijkt het in de praktijk lastig om een goede balans te vinden tussen beoordelingsvrijheid en kaders. Als er richtlijnen of protocollen zijn, worden die niet altijd nageleefd. Bovendien zijn er signalen over een te hoge caseload van uitvoerenden.

Er is wel een ontwikkeling gaande bij UWV en gemeenten om dienstverlening meer op maat in te kopen. Ook proberen gemeenten en UWV via casemanagement en re-integratiecoaching meer grip te krijgen op het verloop van trajecten. Deze ontwikkelingen komen de tweede kans-populatie ten goede. Het neemt echter niet weg dat de procesgang in de huidige praktijk de bovengenoemde risico’s met zich mee brengt. De RWI vindt dit een onwenselijke situatie en doet een sterk appel op opdrachtgevers en opdrachtnemers om het thema ‘tweede kans’ te agenderen. Meer concreet pleit de RWI voor een goede analyse die - waar nodig - leidt tot verbeteringen in procesgang, instrumentarium en sturingsinformatie. Daarmee pleit de RWI overigens niet per sé voor een verhoging van het aantal tweede trajecten, maar voor een effectieve inzet van vervolgdienstverlening voor iedereen bij wie het eerste traject niet is geslaagd. Uitgangspunt moet zijn dat voor iedere cliënt een doordachte inzet van vervolgdienstverlening plaatsvindt na het niet-slagen van het eerste traject; hetzij in de vorm van een traject, hetzij anderszins. Dit uitgangspunt vereist een interne en externe informatieoverdracht en communicatie die hierop is afgestemd. Bijzondere aandacht is ook nodig voor de besluitvorming op uitvoerend niveau na een niet-geslaagd traject. Hier moet een balans worden gevonden tussen professionele beoordelingsvrijheid en kaders. De RWI heeft niet de intentie een ‘modelaanpak’ te formuleren. Wanneer partijen de procesgang of het beleid rond niet-geslaagde trajecten willen verbeteren, moeten zij vooral kiezen voor oplossingen die bij de eigen organisatie passen. De RWI reikt daarom een aantal mogelijkheden aan die opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen benutten.

Download hier het volledige onderzoek
 
De kortste weg naar werk - Een onderzoek naar re-integratiecoaching WW bij UWV

Inspectie Werk en Inkomen heeft in december 2005 het rapport “De kortste weg naar werk”, een onderzoek naar re-integratiecoaching WW bij het UWV, gepubliceerd. 

Het borgen van publiek belang - Rapporten van de WRR aan de regering

De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) heeft in 2000 het rapport ‘Het borgen van publiek belang’ uitgebracht. De WRR heeft zelf het initiatief tot onderzoek genomen. [ ... ]

Lessen uit de privatisering van re-integratiediensten

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken heeft SEO onderzoek gedaan naar de markt van re-integratiediensten. In december 2002 is het onderzoek ‘Lessen uit de privatisering van re-int [ ... ]

Inzicht in ketenspecifieke succes-en faalfactoren, toegepast op de re-integratieketen voor (ontslag)

April 2002 heeft TNO Arbeid het rapport ‘Inzicht in ketenspecifieke succes-en faalfactoren, toegepast op de re-integratieketen voor (ontslag) werklozen’ gepubliceerd.

Bemiddeling en re-integratie van werklozen - Een onderzoek door de Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer heeft in de periode februari-juni 2004 onderzoek gedaan naar de arbeidsbemiddeling en re-integratie van WW’ers. De resultaten van dit onderzoek staan in het rapport &lsquo [ ... ]



Alle publicaties


TUV Blik op werk

inbedrijf

<Noloc

NOBCO

EMCC


Je bent goed zoals je bent.
Je bent goed zoals je bent.

 
© 2012 InterLuceo
Joomla website en webhosting door NetSolid