Klanttevredenheidsonderzoek

Inloggen



Effect re-integratietrajecten op de uitgaven aan sociale zekerheid - In opdracht van Ministerie SZW PDF Afdrukken E-mailadres

SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van het ministerie van SZW het onderzoek ‘Effect re-integratietrajecten op de uitgaven aan sociale zekerheid’ (oktober 2007) uitgevoerd.

De beleidsartikelen in de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden periodiek doorgelicht. In 2007 is artikel 23, het re-integratiebeleid, aan de beurt. Het doel
van het re-integratiebeleid is het ‘bevorderen van de uitstroom naar regulier werk van die uitkeringsgerechtigden en werklozen die dat niet op eigen kracht kunnen.’ In de beleidsdoorlichting moet worden achterhaald of het huidige re-integratiebeleid heeft bijgedragen aan het bereiken van dit doel. In dit rapport worden concreet de volgende onderzoeksvragen behandeld: Weegt de besparing op de uitkeringslasten als gevolg van trajecten die zijn ingezet voor WW’ers en WWB’ers op tegen de kosten van die trajecten? Hoe verschilt dit saldo naar persoonskenmerken en timing van de trajecten?

Conclusies:
Besparing uitkeringslasten versus de kosten van trajecten. Trajecten ingezet in de periode 2002-2005 voor WW’ers en WWB’ers blijken op landelijk niveau niet te leiden tot een verlaging van de uitgaven aan sociale zekerheid: de gemiddelde kosten van de trajecten zijn hoger dan de gemiddelde, als gevolg van de trajecten, bespaarde uitkeringslast. Trajecten ingezet door de gemeente Rotterdam leveren per saldo wel een besparing op van uitgaven aan sociale zekerheid als ze worden ingezet een half jaar na instroom en wanneer wordt gekeken over een tijdshorizon van tien jaar. Bij een tijdshorizon van vier jaar is het rendement net positief. Rotterdam heeft de afgelopen jaren de nadruk op het realiseren van trajecten verlegd naar de nadruk op het bereiken van resultaat.

Verschillen naar persoonskenmerken en timing van de trajecten. Het rendement van trajecten verschilt sterk naar persoonskenmerken en timing van de trajecten. Trajecten voor WW’ers blijken het meest effectief wanneer zij worden ingezet na anderhalf jaar (en niet al na een half jaar of pas na drie jaar), voor mensen die niet te jong en niet te oud zijn, en voor fase 2 cliënten. Trajecten voor WW’ers leveren dus het meest op voor diegenen met enige afstand tot de arbeidsmarkt, maar die afstand moet niet te groot zijn. Trajecten voor
bijstandsgerechtigden zijn effectiever wanneer ze een half jaar na instroom worden ingezet en niet pas na anderhalf jaar of drie jaar. De effectiviteit verschilt niet sterk naar achtergrondkenmerken. In Rotterdam blijken de kosten van trajecten voor de minder kansrijken lager, waardoor vooral voor hen de besparing op de uitkeringslasten de kosten van de trajecten overstijgt.

Onze berekeningen geven algemene aanwijzingen voor de effectiviteit van trajecten naar persoonskenmerken en timing gebaseerd op analyse van databestanden waarin objectieve kenmerken van personen bekend zijn. Daarnaast spelen ook meer zachte kenmerken als de sociale omgeving en psychologische factoren en rol, factoren die wij niet in de analyse slechts gedeeltelijk hebben meegenomen, namelijk voorzover ze meespeelden bij het bepalen van de fase-indeling. Uiteindelijk moet de inzet van trajecten per individu bepaald worden, waarin zowel de objectieve kenmerken als de meer zachte kenmerken van belang zijn bij de keuze en timing van een instrument.

Kanttekeningen bij het onderzoek.
Bij de conclusie dat trajecten niet leiden tot lagere uitgaven aan sociale zekerheid passen twee kanttekeningen. De eerste is dat we alleen hebben becijferd wat het effect is op de uitstroom uit de uitkering. We hebben niet gekeken naar het effect van een traject op het vinden van werk. Uit eerder onderzoek bleek al dat trajecten niet leiden tot een besparing op de uitkeringslasten, maar wel tot maatschappelijke baten. Dit komt omdat re-integratie niet zozeer gepaard gaat met een grotere kans om uit de uitkering te stromen, maar wel met een grotere kans om een baan te vinden (Kok e.a. 2006). Er worden als gevolg van re-integratie dus nauwelijks minder uitkeringen verstrekt, maar er wordt wel substantieel meer productie geleverd. Dat is wat welvaart genereert.

Wat we ook niet hebben meegenomen is het effect op andere doelen van re-integratie: sociale inclusie en maatschappelijke participatie. Trajecten kunnen uitkeringsgerechtigden bepaalde competenties bijbrengen waardoor ze beter kunnen functioneren in de maatschappij. Dit heeft op zichzelf maatschappelijke waarde. Op de langere termijn zouden ze daardoor bovendien mogelijk terug kunnen keren in het arbeidsproces en uitstromen uit de uitkering.

Een tweede kanttekening is dat we alleen het effect van het volgen van een traject hebben gemeten en niet het effect van de voordracht voor een traject. Van der Heul (2006) laat zien dat het effect van de voordracht voor een re-integratietraject heel bepalend is. Op het moment dat mensen een aankondiging krijgen dat ze met een traject moeten beginnen, stijgt de uitstroomkans met 26%-punt. De kans daalt echter met 25%-punt op het moment dat het traject daadwerkelijk begint. Wanneer we alleen naar het laatste effect kijken dan zou de onmiddellijke conclusie moeten zijn om te staken met alle trajecten. Nemen we het effect van de voordracht voor een traject op de uitstroomkans mee dan is deze conclusie niet evident. Het effect van de voordracht voor een traject is uiteraard nog kosteneffectiever dan een succesvol traject: voor de voordracht hoeft het traject immers niet te worden ingezet en worden er geen kosten voor gemaakt.

Download hier het volledige onderzoek

 
De kortste weg naar werk - Een onderzoek naar re-integratiecoaching WW bij UWV

Inspectie Werk en Inkomen heeft in december 2005 het rapport “De kortste weg naar werk”, een onderzoek naar re-integratiecoaching WW bij het UWV, gepubliceerd. 

Het borgen van publiek belang - Rapporten van de WRR aan de regering

De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) heeft in 2000 het rapport ‘Het borgen van publiek belang’ uitgebracht. De WRR heeft zelf het initiatief tot onderzoek genomen. [ ... ]

Lessen uit de privatisering van re-integratiediensten

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken heeft SEO onderzoek gedaan naar de markt van re-integratiediensten. In december 2002 is het onderzoek ‘Lessen uit de privatisering van re-int [ ... ]

Inzicht in ketenspecifieke succes-en faalfactoren, toegepast op de re-integratieketen voor (ontslag)

April 2002 heeft TNO Arbeid het rapport ‘Inzicht in ketenspecifieke succes-en faalfactoren, toegepast op de re-integratieketen voor (ontslag) werklozen’ gepubliceerd.

Bemiddeling en re-integratie van werklozen - Een onderzoek door de Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer heeft in de periode februari-juni 2004 onderzoek gedaan naar de arbeidsbemiddeling en re-integratie van WW’ers. De resultaten van dit onderzoek staan in het rapport &lsquo [ ... ]



Alle publicaties


TUV Blik op werk

inbedrijf

<Noloc

NOBCO

EMCC


Je bent goed zoals je bent.
Je bent goed zoals je bent.

 
© 2012 InterLuceo
Joomla website en webhosting door NetSolid