|
De route naar resultaat - Rapport van Raad voor Werk en Inkomen |
|
|
|
|
Reïntegratiemarktanalyse 2006
De Raad voor Werk en Inkomen heeft in juli 2006 de Re-integratiemarktanalyse 2006 ‘De route naar resultaat’ gepubliceerd. In dit rapport worden de ontwikkelingen van de re-integratiemarkt in kaart gebracht, geanalyseerd en beleidsaanbevelingen gedaan.
Al ongeveer vijf jaar kent Nederland een private re-integratiemarkt. Net na de eeuwwisseling moest het roer om. Bijna iedereen was het er wel over eens dat de publieke dienstverlening op het gebied van re-integratie onvoldoende was. Het idee achter privatisering was simpel: door marktwerking zouden meer mensen aan het werk kunnen komen en dat ook nog eens tegen lagere kosten. De start van de markt leek ook veelbelovend: binnen de kortste keren waren er vele honderden re-integratiebedrijven, interventiebedrijven en scholingsinstituten actief. Maar al snel kregen deze bedrijven te kampen met zwaar weer: de conjunctuur kende een onverwacht grote dip. Het werd steeds lastiger om werkzoekenden daadwerkelijk naar een baan toe te leiden.
De titel van deze Re-integratiemarktanalyse luidt: De route naar resultaat. Want hoewel de re-integratiemarkt inmiddels een echte markt is, constateert de RWI dat re-integratie nog steeds een zoektocht is. Op weg naar resultaat duiken veel vragen op: wat is het effect van alle inspanningen? Welke werkwijze leidt tot het beste resultaat? Wat is de beste manier van inkopen? Wat is een geschikte verhouding tussen zelf doen of uitbesteden? Via welke weg vinden we geschikte kandidaten, passende vacatures en nieuwe vormen van re-integratie? Kortom: wat werkt voor wie?
Bij de opstelling van de analyse is gebruik gemaakt van drie door de RWI uitgezette onderzoeken en van uiteenlopend bestaand materiaal. De onderzoeken waarvoor de RWI opdracht heeft gegeven, zijn: “Ontwikkelingen op de re-integratiemarkt, ervaringen van opdrachtgevers en opdrachtnemers”, “De weg naar werk” en “De weg terug: epiloog”.
Conclusie en beleidsaanbevelingen (Gedeelte van-) Het lijkt erop dat de private re-integratiemarkt meer en meer ingebed raakt in een bredere infrastructuur op het terrein van re-integratie. Publieke en private opdrachtgevers en cliënten hebben meerdere opties op de route (terug) naar werk. Bij de start van de private re-integratiemarkt was de inkoop van integrale re-integratietrajecten de tendens. Bij het financieringsprincipe van ‘no cure no pay’ leken opdrachtgevers geen reden te hebben om al te veel boven op het feitelijke re-integratieproces te gaan zitten. Inmiddels lijkt het tij te keren. Het is belangrijk dat keuzes voor andere opties gemaakt worden vanuit het oogpunt van effectiviteit en efficiëntie. De vraag moet hierbij zijn: wat werkt voor wie het beste? Daarbij zijn een aantal verbeteringen mogelijk in de huidige aanpak van re-integratie.
Allereerst is er veel voor te zeggen om niet iedereen op hetzelfde moment een traject aan te bieden.[…] Zeker gezien de verschillen in effectiviteit van re-integratietrajecten bij diverse groepen is het belangrijk om een methode te ontwikkelen waarmee vroeg in het re-integratieproces bepaald kan worden voor welke groep welk re-integratie-instrument het meest effectief is. Ten tweede is de huidige inzet van trajecten niet altijd het antwoord op alle problemen die werklozen hebben. Soms is bijvoorbeeld een werkervaringsplaats nodig of voorlichting om vooroordelen weg te nemen. Opdrachtgevers zouden moeten experimenteren met andere maatregelen om uitkeringsgerechtigden aan het werk te helpen.[…] Ten derde kan het ook voor gemeenten de moeite waard zijn om meer in te zetten op het vergroten van de invloed van de klant op zijn re-integratietraject. Dit kan bijvoorbeeld door PRB of IRO onderdeel te maken van het reguliere uitvoeringsproces (inclusief het opnemen van dit instrument in de re-integratieverordening).[…]Ten vierde zou, om de resultaten van de re-integratiebedrijven te verbeteren, het reputatiemechanisme meer zijn werk moeten kunnen doen. De benchmark van het UWV en de benchmark voor gemeenten die de Stichting Blik op Werk ontwikkelt, kan daar een bijdrage voor leveren.[…] Ten vijfde moet de rijksoverheid duidelijke kaders aanreiken, waarbinnen opdrachtgevers en opdrachtnemers hun werk moeten uitvoeren. Zo is het belangrijk dat heldere en operationele doelstellingen worden geformuleerd. Ook moet de markt worden geprikkeld om de doelstellingen te realiseren. Hiervoor moeten voldoende financiële middelen beschikbaar zijn.[…] Ten slotte heeft de overheid een belangrijke taak bij het bevorderen van de informatievoorziening. Lang niet altijd zal het voor individuele gemeenten haalbaar zijn om onderzoek naar de netto effectiviteit te doen. Daarvoor ontbreekt de kennis en ook de middelen. De rijksoverheid moet hierin een stimulerende rol vervullen.
Download hier het volledige onderzoek |