|
Lessen uit de privatisering van re-integratiediensten |
|
|
|
|
In opdracht van het ministerie van Economische Zaken heeft SEO onderzoek gedaan naar de markt van re-integratiediensten. In december 2002 is het onderzoek ‘Lessen uit de privatisering van re-integratiediensten’ gepubliceerd.
Bij de directie marktwerking van het ministerie van Economische Zaken bestaat behoefte aan goed uitgewerkte voorbeelden van resultaten van marktwerkingsbeleid. Daarbij moet worden stil gestaan bij positieve en negatieve gevolgen en moeten mogelijke oplossingsrichtingen worden aangedragen. In dit rapport wordt de markt voor re-integratiediensten besproken. De doelstelling van het onderzoek is als volgt geformuleerd: ‘Het leveren van economische inzichten en leerpunten voor onderbouwing van huidig en toekomstig beleid op het gebied van marktwerking’
Conclusies (gedeelte van -) De overheid kan een aantal lessen leren uit de invoering van marktwerking op de markt voor re-integratiediensten. Het betreft lessen over het resultaat (les 1 en 2) en lessen over het beleidsproces (les 3 en 4).
Les 1: Bij het introduceren van quasi-markten zal terdege rekening moeten worden gehouden met de positie en de omvang van de vragende partij. De markt voor re-integratiediensten is een quasi-markt. Private re-integratiebureaus concurreren met (semi) publieke instellingen. Consumenten betalen bovendien geen prijs voor het goed. Consumenten kunnen zelfs worden gedwongen (op straffe van bijvoorbeeld een korting op de uitkering) om gebruik te maken van het product. De consumenten kopen ten slotte het goed niet zelf. De werkgever (voor werknemers), gemeente (voor bijstandsgerechtigden) of het UWV (voor WW-ers en WAO-ers) kopen re-integratiediensten in voor hun werknemers respectievelijk cliënten. De positie van de vragende partijen is vaak een knelpunt op een quasimarkt: zij zijn vaak groot en hebben doorgaans geen prikkel om hun taak zo goed mogelijk uit te voeren. De sterke positie van het UWV is een knelpunt op deze markt. Het is nu de vraag of de schaalvoordelen die zijn gecreëerd met de introductie van een grote vrager opwegen tegen het marktfalen dat optreedt als gevolg van de sterke positie van het UWV. Les 2: pas op met fusies De fusie tussen Gak-AI en Arbeidsvoorziening bracht niet het gewenste resultaat. In tegendeel zelfs: de klanttevredenheid nam af en het verloop onder het personeel was groot. Bovendien werd het kleine beetje concurrentie dat er was op de publieke markt voor re-integratiediensten gesmoord. Ook de fusie tussen de uitvoeringsinstellingen leidt tot problemen: de positie van het UWV als vragende partij is, als gevolg van de fusie van de uitvoeringsinstellingen, erg sterk. Dit leidt tot onevenwichtige marktverhoudingen (zie ook knelpunt 1).
Uit les 1 en 2 kan worden geconcludeerd dat bij privatisering beter moet worden geanticipeerd op de gewenste marktstructuur. Regeren is vooruitzien en niet de bestaande marktposities consolideren cq. versterken. Les 3: neem tijd voor een zorgvuldige implementatie Het proces tot de introductie van een markt voor re-integratiediensten duurde lang en bovendien veranderde de richting van de plannen. Dit heeft tot kostbare verspilling van geld en tijd geleid. Toen eenmaal besloten was tot introductie van een markt voor re-integratiediensten, moest deze op stel en sprong worden ingevoerd. Dit leidde tot allerlei problemen in de uitvoering. In het vervolg kan beter tijd worden genomen voor een zorgvuldige introductie van een nieuwe structuur, zodat de plannen gevolgd kunnen worden en niet steeds te hoeven worden aangepast. Les 4: meet de effecten van een privatiseringsoperatie, pas dan kan worden nagegaan of marktwerking de beoogde doelen zijn bereikt. Op de markt voor re-integratiediensten zou moeten worden geïnvesteerd in het uitvoeren van netto-effectiviteitsonderzoek. Effectiviteitsmetingen naar re-integratiediensten (vergroot de inzet van een re-integratieinstrument de kans op een baan?) zijn slechts sporadisch uitgevoerd. De metingen die op zorgvuldige wijze zijn uitgevoerd leidden vrijwel allemaal tot dezelfde conclusies: de nettoeffectiviteit van de inzet van re-integratiemiddelen was, althans voor werklozen, gering. Dit werd grotendeels veroorzaakt doordat veel mensen die best zonder re-integratie-instrument aan het werk konden komen toch gebruik maakten van re-integratie-instrumenten. Voor arbeidsgehandicapten zijn de resultaten van het netto-effectiviteitsonderzoek positiever. Het uitvoeren van goede effectiviteitsmetingen is echter van wezenlijk belang om te kunnen bepalen of de honderden miljoenen euro’s die worden uitgegeven aan re-integratie toch geen weggegooid geld zijn. Het is verbazingwekkend dat de overheid daar zo weinig zicht op heeft.
Download hier het volledige onderzoek |